Jobs @ De Wingerd

 

Vacatures

Werken in de ouderenzorg

Medewerkers
vertellen

 

De Wingerd

 

Eric Laenen: geduld is een gouden leefregel

Waarom wilde je zo graag in een rusthuis, en nog wel in een rusthuis voor demente bejaarden?

Oudere mensen hebben mij altijd geïnteresseerd. Ik vind dat die respect verdienen: ze hebben zoveel meegemaakt. Zelf heb ik mijn grootouders nooit gekend en dat heb ik wel enigszins als een gemis ervaren. Ik benijdde zelfs mijn oudere broers een beetje omdat zij wel verhalen hadden over onze grootouders.

En dementen... tja, ze vragen een heel specifieke aanpak, ze hebben nood aan extra veel geduld en vriendschap, aan heel veel liefde. Ik weet van mezelf dat ik hen dat kan geven, dat zit in mij. De families kunnen de zorgen niet meer aan en ik wil die van hen overnemen, hun last verlichten door hem mee te helpen dragen.
Ik sta nu in de Plataan bij een groep van 14 bewoners; een heterogene groep d.w.z. dat ze op verschillende niveaus van dementie zijn.

Zo’n heterogene groep vraagt ongetwijfeld een speciale aanpak om iedereen aan zijn trekken te laten komen?

Ja, vast en zeker. De georganiseerde activiteiten slaan bij sommige bewoners nog heel goed aan en die beleven er veel deugd aan maar aan anderen gaan ze volledig voorbij. Onze individuele aandacht voor elk van hen is dus van kapitaal belang. Soms is het voldoende om een tijdje naast iemand te gaan zitten en te laten voelen dat je er bent voor hem/voor haar. Soms wil iemand een babbeltje, al is het nog zo kort. En natuurlijk zijn ze tien minuten later vergeten wat er gebeurd of gezegd is en dat geldt ook voor de allerbesten.

Heb je daar geen moeite mee dat je mensen vergeten wat je voor hen gedaan hebt, dat je telkens weer op een onbeschreven blad begint?

Nee, eigenlijk niet. Ik weet dat dat zo is, dat is eigen aan hun ziekte, je neemt dat erbij. Toch is er vaak nog een herkenning; onze bewoners maken een duidelijk onderscheid tussen familie en verzorgenden, tussen verzorgenden onderling. Ze kennen ons natuurlijk niet bij naam maar ze reageren wel op onze persoonlijkheid, ze hebben hun voorkeur en laten dat ook blijken.

Jullie werken natuurlijk in ploegen. Hoe zit dat juist in mekaar?

Er zijn drie ploegen: de vroege-, de late- en de nachtploeg. De vroege loopt van 7u tot 15u06, de late van 14u24 tot 22u. Ik doe nu eens de vroege, dan weer de late; daar zit geen regelmaat in. De nacht doe ik nooit: daar zijn vaste mensen voor.
De 'late' vind ik zwaarder dan de vroege omdat het ochtendteam van Wilg en Plataan een man meer telt én hulp heeft van de kinesitherapeut die relaxatiebaden geeft en omdat de tijdsdruk ’s avonds groter is dan ’s morgens, maar dat laatste is waarschijnlijk een persoonlijk aanvoelen. Ik wil immers dat alle bewoners in bed liggen of toch zeker klaar zijn voor de nacht – ze mogen immers blijven opzitten zo lang ze dat verkiezen - als de nachtploeg start.

Hebben jullie ook een administratieve taak? Bestaat er ook zo iets als een “papierlast”?

Nee, de administratie is erg beperkt. We hebben wel elke dag een verzorgingsblad in te vullen, maar dat beperkt zich tot gedane taken aankruisen, en we houden een observatieblad actueel. We schrijven het dus op als een bewoner minder of niet gegeten heeft, onrustiger is dan normaal, meer in zichzelf gekeerd is dan gewoonlijk, of bepaalde fysieke klachten heeft. Zo weet de volgende ploeg onmiddellijk waar ze al of niet moeten op letten.
Wel hebben we vergaderingen natuurlijk maar ook dat ervaar ik niet als te belastend. Om de 6 weken is er een teamvergadering met iedereen die betrokken is bij de mensen van de leefgroep: dat gaat dus van verplegenden en verzorgenden over artsen, kinesist en ergotherapeut. En elke dag wordt er uiteraard gebrieft tussen de mensen van de verschillende ploegen.

Ben je niet bang voor de toekomst; dat het je allemaal te zwaar zou worden? Buitenstaanders horen wel eens over het gevreesde burn out syndroom?

Ik ben niet bang het psychisch niet meer aan te kunnen. Ik kan mijn werk goed scheiden van mijn privéleven en het emotioneel van mij afzetten als ik hier buitenstap. maar ik ben wel bang voor de fysieke last van het werk. Wij worden hier goed gevolgd en geschoold om zo veel mogelijk onze krachten te sparen en onze rug niet te zwaar te belasten, we hebben alle mogelijke hulpmiddelen ter beschikking maar het blijft lichamelijk zeer zwaar. Je vraagt een bewoner wel om mee te werken bij het rechtstaan of het draaien maar vaak kunnen ze dat niet meer omdat het lichamelijk onmogelijk is geworden of omdat ze de instructies niet begrijpen en dat maakt het moeilijk. Ook hier is GEDULD de gulden leefregel . Vooral tijdens drukke momenten is het moeilijk dit niet uit het oog te verliezen.
Voor de familieleden is het natuurlijk veel zwaarder om de zorg en de pijn en het verdriet te blijven aankunnen. Ik ervaar dit zelf in de groeiende dementie van mijn eigen moeder; dat is niet voorbij als ik de deur van haar verblijf achter mij dichttrek, dat neem ik mee naar huis.

De opvang van familieleden maakt ongetwijfeld ook een belangrijk deel uit van jullie taak als verzorgenden?

Wij staan natuurlijk letterlijk het dichtst bij de familie; ze zien ons immers bij elk bezoek. Wij zijn het dus ook die in de eerste plaats vragen krijgen over de verzorging of over de manier van omgaan met dementie en dementen. Wij krijgen als eerste de reacties van verdriet, teleurstelling, ontmoediging…, ongenoegen ook. We spelen inderdaad ook een beetje de rol van klaagmuur. De familie heeft vaak ook te hoge verwachtingen van een RVT. Het is hier geen ziekenhuis waar patiënten beter worden. We merken dat er vaak nog grote onwetendheid heerst over de ziekte in het algemeen en over de prognose. Ook dát vangen we op door uitleg te geven of te verwijzen naar ….
Maar anderzijds zijn we ook de eersten die bedankt worden of die ervaren hoe de familie leert op de juiste manier omgaan met hun familielid, hoe ze leren de ziekte te relativeren en zelfs terug gaan genieten van het innige contact tijdens hun bezoek. En dat werkt dan weer zeer motiverend voor ons.


 

www.wingerd.info/jobs