![]() |
Jobs @ De Wingerd |
||
|
|
Eric Laenen: geduld is een gouden leefregel
“Oudere mensen hebben mij altijd geïnteresseerd. Ik vind dat die respect verdienen: ze hebben zoveel meegemaakt. Zelf heb ik mijn grootouders nooit gekend en dat heb ik wel enigszins als een gemis ervaren. Ik benijdde zelfs mijn oudere broers een beetje omdat zij wel verhalen hadden over onze grootouders.” “En dementen... tja, ze vragen een heel specifieke
aanpak, ze hebben nood aan extra veel geduld en vriendschap, aan heel
veel liefde. Ik weet van mezelf dat ik hen dat kan geven, dat zit in mij.
De families kunnen de zorgen niet meer aan en ik wil die van hen overnemen,
hun last verlichten door hem mee te helpen dragen. Zo’n heterogene groep vraagt ongetwijfeld een speciale aanpak om iedereen aan zijn trekken te laten komen? “Ja, vast en zeker. De georganiseerde activiteiten slaan bij sommige bewoners nog heel goed aan en die beleven er veel deugd aan maar aan anderen gaan ze volledig voorbij. Onze individuele aandacht voor elk van hen is dus van kapitaal belang. Soms is het voldoende om een tijdje naast iemand te gaan zitten en te laten voelen dat je er bent voor hem/voor haar. Soms wil iemand een babbeltje, al is het nog zo kort. En natuurlijk zijn ze tien minuten later vergeten wat er gebeurd of gezegd is en dat geldt ook voor de allerbesten.” Heb je daar geen moeite mee dat je mensen vergeten wat je voor hen gedaan hebt, dat je telkens weer op een onbeschreven blad begint? “Nee, eigenlijk niet. Ik weet dat dat zo is, dat is eigen aan hun ziekte, je neemt dat erbij. Toch is er vaak nog een herkenning; onze bewoners maken een duidelijk onderscheid tussen familie en verzorgenden, tussen verzorgenden onderling. Ze kennen ons natuurlijk niet bij naam maar ze reageren wel op onze persoonlijkheid, ze hebben hun voorkeur en laten dat ook blijken.” Jullie werken natuurlijk in ploegen. Hoe zit dat juist in mekaar? “Er zijn drie ploegen: de vroege-, de late-
en de nachtploeg. De vroege loopt van 7u tot 15u06, de late van 14u24
tot 22u. Ik doe nu eens de vroege, dan weer de late; daar zit geen regelmaat
in. De nacht doe ik nooit: daar zijn vaste mensen voor. Hebben jullie ook een administratieve taak? Bestaat er ook zo iets als een “papierlast”? “Nee, de administratie is erg beperkt. We
hebben wel elke dag een verzorgingsblad in te vullen, maar dat beperkt
zich tot gedane taken aankruisen, en we houden een observatieblad actueel.
We schrijven het dus op als een bewoner minder of niet gegeten heeft,
onrustiger is dan normaal, meer in zichzelf gekeerd is dan gewoonlijk,
of bepaalde fysieke klachten heeft. Zo weet de volgende ploeg onmiddellijk
waar ze al of niet moeten op letten. Ben je niet bang voor de toekomst; dat het je allemaal te zwaar zou worden? Buitenstaanders horen wel eens over het gevreesde burn out syndroom? “Ik ben niet bang het psychisch niet meer aan
te kunnen. Ik kan mijn werk goed scheiden van mijn privéleven en
het emotioneel van mij afzetten als ik hier buitenstap. maar ik ben wel
bang voor de fysieke last van het werk. Wij worden hier goed gevolgd en
geschoold om zo veel mogelijk onze krachten te sparen en onze rug niet
te zwaar te belasten, we hebben alle mogelijke hulpmiddelen ter beschikking
maar het blijft lichamelijk zeer zwaar. Je vraagt een bewoner wel om mee
te werken bij het rechtstaan of het draaien maar vaak kunnen ze dat niet
meer omdat het lichamelijk onmogelijk is geworden of omdat ze de instructies
niet begrijpen en dat maakt het moeilijk. Ook hier is GEDULD de gulden
leefregel . Vooral tijdens drukke momenten is het moeilijk dit niet uit
het oog te verliezen. De opvang van familieleden maakt ongetwijfeld ook een belangrijk deel uit van jullie taak als verzorgenden? “Wij staan natuurlijk letterlijk het dichtst
bij de familie; ze zien ons immers bij elk bezoek. Wij zijn het dus ook
die in de eerste plaats vragen krijgen over de verzorging of over de manier
van omgaan met dementie en dementen. Wij krijgen als eerste de reacties
van verdriet, teleurstelling, ontmoediging…, ongenoegen ook. We
spelen inderdaad ook een beetje de rol van klaagmuur. De familie heeft
vaak ook te hoge verwachtingen van een RVT. Het is hier geen ziekenhuis
waar patiënten beter worden. We merken dat er vaak nog grote onwetendheid
heerst over de ziekte in het algemeen en over de prognose. Ook dát
vangen we op door uitleg te geven of te verwijzen naar …. |
||